
Het oor wil ook wat
Hoe kom je tot een architectuur met zo weinig mogelijk wanklanken?
Een rondleiding in het Laboratorium voor Akoestiek in Heverlee is een bevreemdende ervaring: je weet niet wat je hoort. Professor Monika Rychtarikova weet dat wel. In het labo, maar ook in het veld, onderzoekt ze hoe je tot een architectuur met zo weinig mogelijk wanklanken komt. “Goede akoestiek is zoals goede make-up: je hebt niet door dat ze er is.”
Een eenvoudige handklap: meer heeft professor Monika Rychtarikova niet nodig om de werking van de ruimtes in het Laboratorium voor Akoestiek – gebouwd op betonplaten die rusten op veren – te demonstreren. In de nagalmkamer blijft het scherpe geluid secondenlang rondkaatsen tussen de kale en harde muren, en heb je de neiging om je oren te bedekken. Een ideale ruimte om te meten hoeveel herrie een materiaal kan absorberen. In de echovrije of ‘dode’ kamer, volledig bekleed met geluidsabsorberende structuren van glaswol, klinkt een handklap dan weer kurkdroog, op het akelige af. Het is er zo stil dat biologen gebruik maken van de ruimte om geluiden van hommels en spinnen te meten. “Ik kom hier zelf weleens een kwartiertje zitten als ik behoefte heb aan rust”, lacht Rychtarikova.
Maar uiteraard zijn de experimentele ruimtes van het labo voor haar vooral een bron van kennis – naast de metingen en het onderzoek in het veld. Tijdens haar kinderjaren in Bratislava was Rychtarikova dol op tekenen en muziek, passies die later zouden samenkomen in haar onderzoeksdomein: akoestiek in architectuur. Het bracht haar naar de KU Leuven, al is ze ook nog verbonden aan de universiteit van haar geboortestad, STU Bratislava, en zijn er tal van gezamenlijke onderzoeksprojecten. Professor Rychtarikova staat aan het hoofd van de Afdeling Ontwerp en Engineering van Constructie en Architectuur van het Departement Architectuur, Campussen Sint-Lucas Brussel en Gent.
Lees meer op stories.kuleuven.be »
