Topdiplomaat en romanist Frans van Daele: “Zonder diplomatie vlieg je blind”

09 dec 2020

Maar weinig diplomaten hebben de voorbije decennia zo meegeleefd met het wereldgebeuren als baron Frans van Daele (73). Hoewel zijn carrière zich veelal áchter de coulissen afspeelde, gaf hij het politieke toneel mee vorm. Als ambassadeur in de VS hielp hij om de brokken tussen Brussel en Washington te lijmen, als kabinetschef van Herman Van Rompuy redde hij mee de euro en als rechterhand van de koning assisteerde hij bij de zoveelste moeilijke regeringsvorming. Tussendoor vond de alumnus Romaanse filologie nog de tijd om zich in te zetten voor zijn eerste liefde: KU Leuven.

“Ik heb Leuven nooit helemaal losgelaten”, vertelt baron Frans van Daele, als we hem vragen naar zijn band met de universiteit. “Sinds 2001 zetel ik in de Raad van Bestuur, later werd ik voorzitter van Alumni Lovanienses (het centraal overlegorgaan van de alumnikringen van de KU Leuven, red.), en onlangs vroeg de rector me om de stuurgroep rond 600 jaar KU Leuven voor te zitten. Ik vind het fijn om nauw betrokken te zijn bij dat alles, en een universitaire omgeving heeft zo z’n voordelen: je komt enkel slimme mensen tegen (lacht). Ik heb bovendien intens genoten van mijn eigen studententijd en er veel van meegekregen. Ik vind het dus niet vreemd om iets terug te doen.”

Die studententijd ving aan in de swingende – maar evenzeer explosieve – jaren zestig. In 1967 zette Van Daele zijn koffer neer in Leuven en schreef zich in voor de opleiding Romaanse filologie. Een weloverwogen keuze, zegt hij zelf. “Ik ben geboren in Nederland en heb een groot deel van mijn jeugd daar doorgebracht. Daardoor kende ik geen woord Frans, en dat vond ik altijd een gemis, zeker omdat het de tweede landstaal is in België. Daarnaast ben ik altijd geboeid geweest door taalkunde, tot op vandaag.”

Leuven Vlaams

Van Daele boog zich over zijn cursussen Franse grammatica in de woelige periode van Leuven Vlaams. Heeft hij veel meegekregen van de studentenprotesten? “Ik was bovenal in Leuven om te studeren, maar zoals zovelen van mijn generatie was ik ook bij die politieke acties betrokken, ja. We hebben collectief vaak betoogd en ik ging luisteren naar de debatten met onder meer Paul Goossens, met wie ik nadien nog veel contact heb gehad dankzij Europa. Ik ben zelfs een keer pamfletten gaan uitdelen aan de fabrieken van Cockerill in Luik, om de arbeiders daar uit te leggen waar we mee bezig waren.”

“Ik heb tijdens mijn studententijd geprobeerd om te proeven van verschillende ideologieën en wereldvisies”, zegt hij. “Dat heb ik altijd interessant gevonden, net zoals internationale politiek. Al in de humaniora las ik veel kranten, ook wel buitenlandse, omdat ik wilde weten wat er in de wereld gaande was. Ook mijn interesse voor het Europese project was er al vroeg. Ik herinner me dat ik al in de vijfde Latijnse (het tweede jaar van de middelbare school, red.) een spreekbeurt heb gehouden over de voorloper van de Europese Unie (lacht).”

"Er zijn veel diplomaten met een achtergrond in de filologie. Niet vreemd, want talenkennis is erg belangrijk."

Na zijn studies lag een job in het onderwijs voor de hand, maar Van Daele koos voor een andere, meer aparte weg. “Hoewel ik meteen kon beginnen als leraar in het Heilig Hart in Heverlee, maakte een infoavond over beroepsmogelijkheden buiten het onderwijs me warm voor de diplomatie. In de eerste licentie hadden onze oudere studiegenoten de toenmalige ambassadeur Van Bellingen uitgenodigd. Hij was een begenadigd spreker, en ik was meteen verkocht. Ik deed mee aan het diplomatiek examen, slaagde, en ben sinds 1971 steeds diplomaat geweest.”

“Er zijn veel diplomaten met een achtergrond in de filologie, en dat is niet vreemd, want een uitgebreide talenkennis is heel belangrijk”, zegt Van Daele. “Tijdens mijn opleiding heb ik niet enkel Frans geleerd, ik heb op eigen houtje ook gesleuteld aan mijn Engels – door veel Engelse boeken te lezen of te luisteren naar de BBC-radio.”

Vooroordelen

Over welke kwaliteiten moet je als diplomaat nog beschikken? “Je moet kunnen uitvissen aan welke beperkingen of drukelementen je onderhandelingspartner onderhevig is. Begrijpen hoe het is om in andermans schoenen te staan. Daarnaast moet je strategisch kunnen denken, en inschatten wat bij een onderhandeling mogelijk is en wat niet. Met andere woorden: let op voor emotionele of instinctieve reacties. Die zijn niet altijd slecht, maar je moet toch altijd even het rekensommetje maken om te weten of je de sloot kan overspringen zonder in het water te belanden.”

Van Daele deed zijn inzichten over de diplomatie vorig jaar uit de doeken in het boek ‘Schaken met de macht’. “Het was niet de bedoeling om ‘uit de biecht te klappen’, maar ik wilde gebeurtenissen die ik zelf heb meegemaakt en die inmiddels algemeen bekend zijn, wat kaderen”, zegt hij. “Ik wilde ook aantonen dat diplomatie toegevoegde waarde biedt aan ons democratisch systeem, en de clichés erover ontkrachten.”

"Er bestaan veel vooroordelen over de diplomatie. Dat het uitsluitend een zaak is van eten en pinten pakken, bijvoorbeeld."

“Er bestaan veel vooroordelen over diplomaten”, zegt hij. “Dat het uitsluitend een zaak is van eten en pinten pakken, bijvoorbeeld. Dat hoort erbij, maar het is niet de essentie. Op een receptie kan je op korte tijd veel mensen spreken in een vertrouwelijke omgeving. Dat kan heel belangrijk zijn wanneer je iets te weten wil komen over de machtsverhouding bij een bepaalde politieke onderhandeling. Stel, je krijgt een stukje informatie van je ene contact. Dan ga je naar een ander, deel je hem mee wat jij hebt vernomen, en vraagt of hij iets meer weet. Op een paar uur tijd kan je zo makkelijk het hele verhaal samen puzzelen. En net dat verhaal is interessant voor je minister, die moet onderhandelen met zijn buitenlandse collega’s.”

“Als je in het Europees parlement of in de VN-Veiligheidsraad zetelt, is het belangrijk om de verborgen agenda van je tegenstrevers te kennen”, zegt van Daele. “De achterkant van de kaarten. En die informatie komt doorgaans uit de bilaterale diplomatie. Wie beweert dat men binnen de EU geen aparte ambassades meer nodig zou hebben, vergist zich schromelijk. Dat heb ik ook zelf ervaren toen ik permanent vertegenwoordiger was in de EU. Zonder de vertrouwelijke informatie van mijn collega’s uit de verschillende Europese hoofdsteden zou ik bij onderhandelingen gedoemd zijn geweest om blind te vliegen. En dat is iets wat je koste wat kost moet vermijden.”

On speaking terms

Van Daeles hoogst indrukwekkende carrière omspant inmiddels meer dan veertig jaar. Hij was onder meer diplomaat in Athene en Italië, ambassadeur in de VS, en vertegenwoordigde ons land bij de EU, de NAVO en als adjunct-vertegenwoordiger in de VN-Veiligheidsraad. Dat alles leverde hem naar eigen zeggen heel wat ‘sportieve momenten’ op waarin hij op de proef werd gesteld. “In 2001 was België bijvoorbeeld voorzitter van de EU, en net op dat moment waren er de aanlagen van 9/11”, zegt hij. “Onze agenda werd grondig dooreen geschud en we moesten een ‘Europese reactie’ op die aanslagen zien te formuleren. Niet evident …”

Ook aan zijn ambassadeurschap in Washington houdt Van Daele veel herinneringen over. “Ik werd ambassadeur in 2003, op het moment dat de verhouding tussen België en de VS slechter was dan ooit. Ons land verzette zich tegen de oorlog in Irak, en daar kon Washington niet mee lachen.” 

“In België werd toen ook de genocidewet gestemd”, vertelt hij. “Daardoor konden vermoedelijke daders van misdaden tegen de mensheid op ons grondgebied worden gearresteerd en berecht. Verschillende organisaties dienden een klacht in tegen president Bush en zijn minister van Buitenlandse Zaken, wat de relatie er niet bepaald beter op maakte … Aan die genocidewet heb ik uiteindelijk mee gesleuteld om ze aanvaardbaar te maken voor de Amerikanen, en onze banden weer te herstellen. Het heeft heel wat werk gekost om weer ‘on speaking terms’ te komen met Washington, maar het is gelukt.” 

"Als kabinetschef van Herman Van Rompuy was ik heel nauw betrokken bij de redding van de euro. Wellicht het moeilijkste moment uit mijn carrière."

Eind tweeduizend lonkte er een nieuwe uitdaging. Van Daele werd in 2009 kabinetchef van Herman Van Rompuy, en assisteerde hem bij zijn voorzitterschap van de Europese Raad. “Opnieuw een heel interessante en intense periode. Maar ook hier was het spannend. In 2009 brak de muntcrisis uit, en was ik heel nauw betrokken bij de redding van de euro. De inzet was verschrikkelijk hoog, omdat het echt ging om het voortbestaan van de Europese Unie. Dat was wellicht het moeilijkste moment in mijn carrière. Nu, ik moet eerlijk toegeven dat ik ook altijd op zoek ga naar uitdagende jobs, hoor. Ik wil altijd naar de plekken waar zich de actie plaatsvindt. Dus die moeilijke periodes moet je er dan bijnemen (lacht).” 

Van Daele zat met menig wereldleider in dezelfde vergaderzaal, en sloeg onder meer praatjes met een Obama of een Sarkozy. Welke politieke figuren hebben op hem het meeste indruk gemaakt? “Mark Rutten vind ik een knappe onderhandelaar”, vertelt hij. “Hij kon zijn standpunten en stellingen altijd goed verdedigen, en wist wanneer hij een stap vooruit of opzij moest zetten. Angela Merkel heeft dan weer het meeste indruk gemaakt, omdat zij er steeds in slaagde om de Duitse en Europese belangen te verenigen. Als leider van veruit het grootste land in de EU bezat ze ook het talent om met de leiders van kleinere landen om te gaan, wat niet altijd evident is, en hen mee te krijgen in het Europese project. Een kunst op zich.”

Europa

Van Daele is een eurofiel in hart en nieren, en heeft zelf aanzienlijk bijgedragen aan de eenmaking van Europa. Hoe kijkt hij vandaag naar de EU, nu de Britten eruit stappen? “Ik had het uiteraard beter gevonden als het Verenigd Koninkrijk binnen de EU was gebleven, maar het is wat het is. We moeten daar in Europa nu rationeel mee omgaan, en een deal uit de brand proberen te slepen. Het zijn de onderhandelingen van de laatste kans, maar ‘it’s never over before it’s over’.”

Ook de coronacrisis en de economische gevolgen stellen ons voor enorme uitdagingen, zegt hij. “Maar de Europese Commissie doet haar best om die problematieken aan te pakken. Kijk maar naar de gemeenschappelijke aankoop van coronavaccins, en de plannen om naast de zevenjaarlijkse begrotingsfinanciering een extra solidariteitsbijdrage van 750 miljard euro op tafel te leggen, om de landen door de crisis te helpen. Dat is de EU op haar best. De meeste lidstaten hebben wel begrepen dat je in deze woelige tijden beter kan samenwerken dan je op jezelf terug te plooien. Benjamin Franklin wist het al: ‘We must all hang together or we shall all hang separately’.”

"De meeste EU-lidstaten hebben begrepen dat je in deze woelige tijden beter kan samenwerken dan je op jezelf terug te plooien."

Kort samengevat: Van Daele blijft vertrouwen hebben in het Europese project. “Er is nog veel werk aan de winkel om tot een échte eengemaakte unie te komen – denk maar aan de uitbouw van een geïntegreerd politiek systeem of een echte Europese defensiemacht –, maar we geraken er wel. Het gebeurt stapje voor stapje. Je mag niet vergeten dat het ook de VS lang heeft gekost om haar huidige vorm van integratie te bereiken. De voorzitter van het Amerikaanse hooggerechtshof vertelde me ooit dat men in de prille jaren van de VS nog sprak van ‘the United States are …’. Pas honderd jaar later werd dat ‘the United States ís’ …”

Voltaire

Van Daele ging in 2012 met pensioen als diplomaat, maar een ‘rustige oude dag’ is niet voor hem weggelegd. Het jaar erop vulde hij nog een regel toe aan zijn curriculum en werd kabinetschef van koning Filip, een functie die hij tot 2017 zou uitoefenen.

"Met koning Filip mocht ik verschillende interessante discussies hebben over politiek en filosofie. Ik herinner me een lang gesprek over Voltaire, waarvan hij heel wat gelezen had, meer dan ik."

“Onze relatie gaat al terug tot in de jaren tachtig, en ik heb altijd graag en goed met de Koning samengewerkt”, zegt Van Daele. “In ‘Schaken met de macht’ moest het mij van hart dat ik de Koning ken als een zeer belezen en intelligent man, die al te lang onterecht als een karikatuur is weggezet. Ik heb met Hem bijvoorbeeld verschillende interessante discussies mogen hebben over politiek en filosofie. Ik herinner me een lang gesprek over Voltaire, waarvan de Koning heel wat gelezen had, meer dan ik. Die intellectuele kant trok me dus wel aan. Verder ken ik Hem als heel eerlijk en correct, en een man met een overtuigd discours. Ook de regeringscrisissen heeft Hij goed aangepakt, vind ik, samen met vele anderen.”

Zijn passage in het Paleis was Van Daeles laatste grote topfunctie. We durven het bijna niet vragen, maar staan er nog af te vinken hokjes op zijn wishlist? “Ik nader de 75”, zegt hij. “Daar moet je rekening mee houden ... Op professioneel vlak ben ik voldaan, maar ik zou het wel fijn vinden om nog wat te kunnen schrijven. Niet over de diplomatie, dit keer, maar fictie. Ik heb wel een paar ideeën in mijn hoofd voor verhalen of romans, maar aangezien ik nog steeds vrij druk bezig ben weet ik niet of ik er ooit de tijd voor zal vinden. We zullen zien (lacht).”


Ander nieuws