
KOSMOLOGIE — In het spoor van Georges Lemaître, de vader van de bigbangtheorie
Op zoek naar de fossielen van de oerknal.
In 1927 concludeerde een professor uit Leuven, Georges Lemaître, dat het heelal uitdijt. Later bedacht hij ook: wat uitdijt, moet ooit kleiner geweest zijn. Het idee van de ‘big bang’ was geboren. Bijna honderd jaar later staan we op het punt de fossielen van de oerknal op te graven. Kosmoloog Thomas Hertog noemt het een ‘Galileo-moment’: “We maken de geboorte mee van een nieuwe sterrenkunde en kosmologie.”
Tot ruim een eeuw geleden was men er nog van overtuigd dat het heelal een onbeweeglijk zwart canvas was, met hier en daar interessante lichtstipjes. Stilaan kwamen er barstjes in dat beeld van de ruimte als een statisch decor. Voor natuur- en sterrenkundigen waren het alvast boeiende tijden.
In 1915 publiceerde Albert Einstein zijn algemene relativiteitstheorie, nog steeds de meest accurate theorie van de universele zwaartekracht, die zowel de planetenbanen als de sterren en andere grote galactische structuren in het universum beschrijft. Einstein ontketende daarmee een revolutie in ons denken over de zwaartekracht. Een jonge Leuvense prof, Georges Lemaître (1894-1966), volgde de ontwikkelingen op de voet. In 1927 schreef hij een baanbrekend artikel waarin hij op basis van de wiskunde van Einstein concludeerde dat het heelal uitdijt.
Lees meer op stories.kuleuven.be »
