Tweelingzussen Margriet en Marlies zijn gebeten door wetenschap

Published on June 22, 2022

Je kent Mary-Kate en Ashley, Annemieke en Rozemieke, Patty en Selma. Maak nu kennis met Margriet en Marlies Van Bael. De eeneiige tweeling groeide op met een aangeboren nieuwsgierigheid en een voorliefde voor wetenschap. In Leuven legden ze de bouwstenen voor hun latere carrière, de ene als fysicus, de andere als chemicus. Vandaag vind je hen beiden in het labo. Hun jeugdige verwondering naar de wereld zijn ze nooit kwijtgeraakt.

Is de droom om wetenschapper te worden er altijd geweest?

Margriet: Die is redelijk laat gekomen, pas na mijn studie. Het verlangen om wetenschappen te studeren zat er wel van jongs af in. Ik heb even getwijfeld tussen arts of ingenieur worden of de meer basis-wetenschappelijke richting uitgaan. De infodagen van bio-ingenieur, toen landbouwingenieur, moesten uitsluitsel geven. De fundamentele wetenschap heeft uiteindelijk gewonnen.

Marlies: In het middelbaar hebben we geen wetenschappelijke richting gevolgd: we studeerden Latijn met zo veel mogelijk uren wiskunde, ons lievelingsvak. We waren beiden vanaf jonge leeftijd geïnteresseerd in hoe alles in elkaar zit. Ik heb lang getwijfeld of ik de opleiding geneeskunde of farmacie zou volgen. Ook meer om in het onderzoek te kunnen gaan, niet meteen om arts of apotheker te worden. De zin om te ontdekken en zelf te creëren heeft mijn uiteindelijke studiekeuze bepaald.

Margriet: Dat klopt. Wiskundige vraagstukken oplossen en het gevoel hebben iets te begrijpen wat je eerst niet begreep, vonden we beiden fantastisch. Altijd dieper en dieper graven maakte ons blij. En dat is nog steeds zo.

Hebben jullie elkaar beïnvloed in jullie studiekeuze?

Marlies Van Bael

Marlies: Ja, in die zin dat we er resoluut voor gekozen hebben om iets verschillend te gaan doen. Zowel in de kleuter- als lagere school waren wij altijd ‘de tweeling’. Na het middelbaar hebben we gezegd: wat de ene ook doet, de andere doet iets anders.

Margriet: Wat ik mij goed herinner, is dat Marlies al snel wist dat ze iets met chemie wilde gaan doen. Dat maakte meteen dat chemie geen optie meer was. En dus heb ik fysica gekozen.

Zijn jullie nog steeds tevreden met jullie studiekeuze?

Marlies: Absoluut. Het gekke is dat ik als chemicus nu vaak samenwerk met fysici. Hoewel we bewust iets anders hebben gekozen – toen dachten we nog dat chemie en fysica heel verschillend waren – blijken onze twee disciplines uiteindelijk sterk met elkaar verweven. Binnen bepaalde projecten komen we elkaar dus toch weer tegen.

Hoe hebben jullie je studententijd in Leuven ervaren?

Marlies: We hebben allebei hard gewerkt tijdens onze studietijd, maar zijn tegelijk ook relatief makkelijk door die periode heen gesurft.

Margriet: Klopt. Ik heb niet het gevoel dat we ooit echt iets hebben ‘moeten laten’.

Wat vinden jullie zo bijzonder aan fysica en chemie?

Margriet Van Bael

Margriet: Fysica ligt aan de basis van heel wat andere wetenschappen. Ik heb vastestoffysica gekozen omdat die richting experimenteel is. Zo kon ik tijdens mijn doctoraat en als postdoc in het labo sleutelen aan de apparatuur. Het teamgevoel en de vele internationale samenwerkingen tussen onderzoekers is er eveneens sterk aanwezig. Samenwerken met collega’s met andere nationaliteiten is sowieso een belangrijk aspect van doctoreren. Het geeft een belangrijke diepgang aan je onderzoek.

Marlies: Bij chemie ben je dan weer met de bouwstenen bezig. Uiteindelijk is bijna alles deels ontstaan door chemische processen. Het is bovendien een discipline met oneindige mogelijkheden tot kruisbestuiving met andere vakgebieden. Je kunt met het periodiek systeem zoveel doen, zelfs maatschappelijk relevante vraagstukken oplossen.

Waar doen jullie momenteel onderzoek naar?

Marlies: Wij bestuderen – en ik zeg ‘wij’ omdat het heel teamgericht en interdisciplinair werk is – materialen voor huidige en toekomstige technologieën. Als chemici kijken we hoe je materialen eigenschappen geeft zodat zij hun rol zo optimaal mogelijk kunnen spelen. En vooral ook hoe je die materialen duurzaam maakt.

Tegen andere wetenschappers zeg ik dat we een synthesegroep zijn. Ons doel is materialen zo maken dat ze de eigenschappen hebben die ze moeten hebben. We maken daarbij gebruik van de elementen of grondstoffen die voorhanden zijn. Een goede atoom- en energie-efficiëntie, dat betekent werken met zo weinig mogelijk verspilling, is cruciaal.

Laat ik een voorbeeld geven. Tijdens de warme zomermaanden zetten we de airco op. In de winter willen we dan weer dat de warmte binnenblijft. Als oplossing ontwikkelen wij coatings op glas waarvan de structuur verandert naarmate de temperatuur buiten. Als het koud is, laat die de warmte binnen. Als het warm is, blokt die de warmte net af. Op die manier bespaar je ontzettend veel energie.

Margriet: De rode draad die al sinds mijn doctoraat door mijn onderzoek loopt, zijn supergeleiders. Voldoende afgekoeld vervoeren die een elektrische stroom zonder enig energieverlies. Supergeleiders zijn daarom een beetje een holy grail.

Daarnaast heb ik heel wat onderzoek gedaan naar hoe supergeleidende en magnetische materialen met elkaar spreken. Op zich zijn dat niet de beste vrienden, want supergeleiders stoten magnetische velden weg. En toch is er een interessante wisselwerking tussen beide.

Meer recent bestuderen we supergeleidende bouwstenen voor de toekomstige kwantumcomputers. Op microscopische schaal volgt onze wereld immers de wetten van de kwantummechanica. Bepaalde complexe problemen of processen kunnen enkel aangepakt worden met computerbouwstenen die diezelfde ‘kwantumtaal’ spreken. Supergeleiders blijken hiervoor uitermate geschikt.

Dat klinkt allemaal heel fundamenteel, maar ik wil zeker ook het belang van zo’n onderzoek onderstrepen. Dieper graven dan wat op korte termijn praktisch inzetbaar kan zijn, is essentieel als investering voor de toekomst.

Marlies: Ik begrijp dat het moeilijk is voor een niet-onderzoeker om te snappen dat je onderzoek doet enkel en alleen omdat je ‘nieuwsgierig’ bent. Ik geloof dat we kapitaal moeten inzetten om kennis te genereren als investering in een duurzame toekomst. Maatschappelijke uitdagingen kun je niet altijd voorspellen en vereisen een hele brede en fundamentele kennisbasis om ze adequaat te kunnen aanpakken. Het is niet of/of, maar en/en. Toegepast en fundamenteel onderzoek moeten beide gevoerd worden. De hele keten moet afgedekt zijn om vooruitgang en innovatie teweeg te brengen.

Wat was het meest pakkende moment van jullie loopbaan tot nu toe?

Margriet: Dat zijn bij mij klassieke momenten, zoals het behalen van mijn doctoraat. Ik denk daar nog altijd aan terug als ik nieuwe doctoraatsstudenten zie promoveren. Doctoreren gaat met bloed, zweet en tranen. De eindstreep bereiken is een grote prestatie. Een tweede moment dat me bijblijft, is het telefoontje van de decaan om te zeggen dat ik een vaste positie kreeg. Daarvoor heb ik hard gevochten. Zulke momenten maken een academische carrière. Het vraagt toewijding, maar je moet ook geluk hebben: er moet net een vacature zijn in jouw domein van expertise en dan moet je nog geselecteerd worden.

Marlies: Daar sluit ik me bij aan. Dat zijn toch wel de mijlpalen in een wetenschappelijke carrière. Voor een doctoraat moest ik financiering aanvragen bij het FWO. En dan ben je vertrokken. Zonder was ik waarschijnlijk als scheikundige ofwel in het onderwijs ofwel in de industrie beland en had ik dit allemaal gemist.

Als jullie geen wetenschappers zouden zijn, wat dan wel?

Marlies: Ik zou een arts zijn.

Margriet: Ik ook. Het ironische is dat de werkuren van een arts mij oorspronkelijk afschrikten, terwijl ik denk dat mijn werkuren nu nog hoger liggen (lacht).

Wat weten jullie studenten niet van jullie en zou hen verbazen?

Margriet: Het is soms wel grappig als mijn studenten ontdekken dat ik een tweelingzus heb.

Marlies: Niet iedereen weet dat er twee van ons rondlopen. De UHasselt-studenten die hun master in Leuven doen komen op de Faculteit Wetenschappen terecht, waar Margriet werkt. Dan sturen ze mij een mailtje: ‘We hebben in Leuven iemand gezien die als twee druppels water op u lijkt.’