Speeddate met Rachida Aghallaj: “Je krijgt niets op een schoteltje aangereikt."

Gepubliceerd op February 16, 2022

Wat wilde u later worden?

“Ontwerpster. Ik tekende heel graag, en ooit heb ik een wedstrijd gewonnen met het ontwerp voor een Marokkaans feestkleed. Maar dat was een absolute no-go voor mijn ouders.”

Hebt u een motto?

“Je bent nooit te oud om te leren. Na office management & talen volgde ik de lerarenopleiding. Ondanks mijn onderscheiding kon ik met mijn hoofddoek nergens aan de slag. Daarna vormde ik als schoolopbouwwerkster achter de schermen een brug naar kwetsbare ouders. Een heel dankbare job, die me inspireerde om mijn master sociologie te halen. En nu doctoreer ik, op mijn zesenveertigste, aan de Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen.”

Welke droom zou u graag verwezenlijken?

“Mijn grootste droom heb ik gerealiseerd: een secundaire school oprichten in Mechelen. Volgend schooljaar word ik schooldirecteur!”

“‘ZALM’ staat voor Zichtbaar Anders Leren Motiveert, maar verwijst ook naar het zalm- versus het watervalparcours en naar tegen de stroom ingaan. We willen vernieuwend onderwijs bieden, projectmatig werken met thema’s die uitgaan van de interesses van de leerlingen. Onze school wil inclusief en superdivers zijn, we bieden bijvoorbeeld zedenleer aan, islamonderwijs én protestants godsdienstonderwijs. Ik hoop dat ZALM kan groeien en misschien zelfs andere scholen kan inspireren.”

Welk boek ligt er op uw nachtkastje?

“Ik vond Onderwijs in een gekleurde samenleving, van mijn promotor Orhan Agirdag, erg interessant. Maar het ligt niet op mijn nachtkastje (lacht). Ik ben tot ’s avonds laat bezig en dan ben ik te moe om te lezen.”

Welk goed voornemen kan u maar niet volhouden?

“Meer tijd voor mezelf nemen. Ik heb vorig jaar COVID opgelopen en ben trager hersteld dan mijn ouders. Dat heeft me toch aan het denken gezet.”

Wat is uw meest onhebbelijke karaktertrek?

“Volgens mijn zussen ben ik te principieel: als ik ergens niet vriendelijk bediend ben, zien ze me er nooit terug.”

Waaraan hebt u een hekel?

“Aan vooroordelen. Ga toch in gesprek. Ik kan ervan meepraten: een hoofddoek wordt steevast geassocieerd met dom, onwetend en onderdrukt zijn. Als ik met mijn man op straat loop, ziet hij mensen naar me kijken, zelf merk ik dat niet meer. Ik hoop dat ik door wat ik zeg en doe laat zien hoe ongegrond zulke vooroordelen zijn.”

Wat is uw grootste angst?

“Ik heb er nogal wat. Als ik moet vliegen, neem ik een pilletje. Ik wil ook altijd zelf aan het stuur zitten in de auto. En ik heb me destijds laten weerhouden om Romaanse te gaan studeren omdat ik Mechelen niet uit durfde.”

“Iemand met migratieroots moet vaak dubbel zo hard strijden. Maar dat maakt je net sterker.”

Wat is de belangrijkste les die het leven u heeft geleerd?

“Dat je niets op een schoteltje aangeboden krijgt. Die boodschap probeer ik onze drie kinderen en onze leerlingen ook te geven. Iemand met migratieroots moet vaak dubbel zo hard strijden. Maar dat maakt je net sterker.”

Wat was het meest pakkende moment van uw loopbaan tot dusver?

“Vlak voor het schooljaar van start zou gaan, op 30 augustus, kregen we een voorlopige erkenning voor ZALM. En een paar weken later hoorden we dat we voldoende leerlingen hadden om gesubsidieerd te worden. Ook dat was spannend tot op het laatste moment.”

Hoe komt u tot rust?

“In de auto, de enige plek waar ik alleen ben. Soms luister ik dan naar Koran, via een app. Ik ken te weinig klassiek Arabisch om alles te begrijpen, maar het helpt me om even stil te staan.”

Van welke gewoonte zou u af willen?

“Ik ben heel saai, ik voel me al schuldig als ik chips eet (lacht). Wel zou ik iets aan mijn conditie moeten doen.”

Wat is het dichtste dat u ooit bij de dood geweest bent?

“Toen ik net wist dat ik COVID had, raakte ik niet meer op eigen kracht in de slaapkamer, en had ik moeite met ademen. Toen heb ik toch maar een paar audioboodschappen ingesproken voor de achterblijvers.”

Wat houdt u wakker ’s nachts?

“De angst dat mijn doctoraat niet op tijd af zal zijn. Het gaat over meertaligheid bij jonge kinderen en over de culturele continuïteit tussen thuis en de kinderopvang. Heel boeiend.”

Wat staat er in uw playlist?

“R&b uit de jaren 90, meezingen met Mariah Carey en Whitney Houston (lacht). Maar ik heb niet zoveel met muziek, al hou ik wel van dansen.”

Wat zou u graag beter kunnen?

“Spaans. We gaan altijd naar Andalusië op vakantie en het frustreert me dat ik maar een paar woordjes ken.”

Welk compliment heeft u het meest geraakt?

“Dat van ouders die supertrots waren dat ik dit schoolproject nooit heb opgegeven, ondanks het parcours vol struikelblokken.”

“Vandaag zie je niet zoveel moslima’s die iets hebben bereikt. Dat was ooit anders. In het Ottomaanse Rijk had je bijvoorbeeld vrouwelijke leiders en legeraanvoerders. En de eerste universiteit ter wereld, in Fez, werd gesticht door een vrouw. Misschien moet mijn man, die bezig is aan zijn master geschiedenis, dat eens uitzoeken: hoe komt het dat de positie van de moslimvrouw door de eeuwen heen zo is aangetast?”

Is er een ritueel waar u niet zonder kan?

“Ik bid vijf keer per dag, ook op het werk, als het lukt. Mijn collega neemt dan ook even tijd voor bezinning. Dat zijn momenten die we koesteren, ik op mijn matje en zij op haar stoel.”

Met welk historisch of fictief personage voelt u affiniteit?

“Khadija, de eerste vrouw van de Profeet. Ze was een gerespecteerde zakenvrouw, vijftien jaar ouder, en ze vroeg hem zelf ten huwelijk. Een feministe avant la lettre.”

Wat maakt u intens gelukkig?

“Van ouders horen dat hun kind zich goed voelt. Als school met oog voor diversiteit trekken we nu nog vooral moslimleerlingen aan, maar ook witte kinderen voelen zich helemaal thuis in ZALM.”