
Alumnus Riad Nurmohamed, minister van openbare werken in Suriname
Riad Nurmohamed verliet Suriname om water resources engineering te studeren aan KU Leuven. Vandaag is hij minister van Openbare Werken.
Eigenlijk was het zijn droom om piloot te worden. Maar omdat je die opleiding niet kon volgen in Suriname, schreef Riad Nurmohamed (47) zich begin jaren negentig in voor Infrastructuur aan de Anton de Kom Universiteit in Paramaribo. “Ik koos voor civiele techniek, ook die interesse zat er al van jongs af in. Het is trouwens maar goed dat ik geen piloot ben geworden, want toen ik later eens mee mocht vliegen in de cockpit vond ik dat eigenlijk een verschrikkelijk saaie bedoening (lacht).”
Aan de universiteit ontpopte hij zich tot een hardwerkende, geëngageerde student. “Van bij het begin was ik actief als studentenvertegenwoordiger. Zo heb ik onder meer de eerste nationale conferenties rond water en klimaat mee mogen organiseren.”
“Het heeft een jaar geduurd voor ik aan de Vlaamse kost gewend was. Een jaar lang heb ik geleefd op roomijs en slagroomtaart.”
Vlaamse kost
In die periode was er intense samenwerking tussen de Anton de Kom Universiteit en de Vlaamse universiteiten en hogescholen via financiering van VLIR-UOS (Vlaamse Interuniversitaire Raad – Universitaire OntwikkelingsSamenwerking). “Ik kreeg les van verschillende professoren van KU Leuven. Zij stimuleerden me om in ‘98 naar Leuven te gaan voor een master in water resources engineering. Het was een interuniversitair programma, deels aan KU Leuven en deels aan de VUB.”
Nurmohamed was, zoals de meeste van zijn landgenoten, al vaak in Nederland geweest, maar België was onbekend terrein. Het waren twee ‘spannende’ jaren, zegt hij, met hier en daar een cultuurschok. Zo verbaasde hij zich, als liefhebber van moderne architectuur, over de ‘traditionele’ gebouwen in Leuven. “En het heeft een jaar geduurd voor ik aan de Vlaamse kost gewend was. Frieten kreeg ik niet door mijn keel en ik ging speciaal naar Antwerpen om er Surinaamse kruiden te kopen. Een jaar lang heb ik geleefd op roomijs en slagroomtaart. En toen, plots, vond ik alles lekker, zelfs de groenten die eerst weinig smaak hadden. Ik was een echte Belg geworden (lacht). Via het programma voor internationale studenten van KU Leuven had ik een buddy gekregen om me wegwijs te maken. We hebben nog altijd contact.”
De onderdompeling in het nieuwe domein van de water engineering was aanvankelijk ook wennen, maar het luidde wel een omwenteling in zijn loopbaan in. “Na mijn terugkeer in Suriname heb ik me vooral verdiept in onderzoek met behulp van computermodellen. We ontwikkelden tools om het gedrag van water resources, zoals rivieren, te voorspellen. Zo tekenden we bijvoorbeeld uit wat de gevolgen zouden zijn van de aanleg van een stuwdam. Daarnaast hebben we de klimaatverandering in Suriname trachten te modelleren. Ook hier stijgen de gemiddelde temperatuur en het niveau van de zeespiegel, en nemen de frequentie en de intensiteit van neerslag en overstromingen toe.”
Drempels
De contacten die hij in Vlaanderen had gelegd, gaven verder richting aan zijn loopbaan. De voorbije vijftien jaar werkte Nurmohamed binnen een Institutionele Universitaire Samenwerking (IUS) aan een programma voor het duurzaam beheer van de natuurlijke hulpbronnen in Suriname. Het legde onder meer de basis voor een master die door Nurmohamed, inmiddels ook hoofd van de studierichting infrastructuur, zelf werd gecoördineerd.
De universiteit had het niet makkelijk in de afgelopen jaren, zegt hij. “Door politieke keuzes ging het bergafwaarts met het land. Daardoor waren er nauwelijks nog middelen voor personeel en faciliteiten, zodat we als universiteit eigenlijk zijn achteruitgegaan. Nog steeds is het zo dat wie het zich enigszins kan permitteren, naar het buitenland gaat om te studeren.”
Het ontmoedigde hem niet om zelf volop te investeren. Als docent legde hij het accent op onderwijsvernieuwing en de introductie van state of the art technologie. Als hoofd van de opleiding infrastructuur zag hij met bezorgdheid hoe groot de drempel voor veel studenten is. Opvallend: zelfs aan de technische faculteit is het aantal meisjes even groot als het aantal jongens. Maar ondanks het lage inschrijvingsgeld, omgerekend zo’n honderd euro, hebben veel studenten financiële moeilijkheden. “Het lukt hen vaak niet eens om de studieboeken te kopen. We zoeken oplossingen, zo hebben we bijvoorbeeld een computerzaal ingericht en al het collegemateriaal gedigitaliseerd. Maar het blijft een issue.”
“Ook hier stijgen de gemiddelde temperatuur en het niveau van de zeespiegel, en nemen de frequentie en de intensiteit van neerslag en overstromingen toe.”
Niet gezond
Tegelijk met de start van zijn academische loopbaan, zo’n twintig jaar geleden, zette hij zijn eerste stappen in de politiek, bij de Vooruitstrevende Hervormings Partij. “Ik vind dat wie kan een bijdrage moet leveren aan het bestuur van het land. Waarom ik voor de VHP koos? Ik woon in de buurt van het hoofdkantoor (lacht). Maar belangrijker: politieke partijen waren toen vooral etnisch georiënteerd. En er zijn ook niet zo veel democratische partijen in Suriname. Ik ben langzaam gegroeid binnen de partij en in 2015 werd ik verkozen in het parlement. Daar hield ik me vooral bezig met milieu, onderwijs en openbare werken. Het was behoorlijk zwaar om dat te combineren met mijn werk aan de universiteit, ik heb veel ingeboet aan slaap en vrije tijd. Gezond was het niet.”
Dat hij in juli 2020 werd aangesteld tot minister van Openbare Werken was allerminst de vervulling van een jarenlange ambitie, zegt hij. “Eigenlijk was het zelfs niet mijn ambitie om parlementslid te worden. Ik zeg altijd: ‘Ik ben wel politiek actief, maar ik ben geen politicus’ (lacht). Al ben ik achteraf heel blij met wat ik heb kunnen doen tijdens mijn mandaat.”
Pas eind december heeft hij zijn werk aan de universiteit vaarwel gezegd: “Ik had tijd nodig om af te ronden. Het grappige is wel dat ik bij de meeste projecten betrokken blijf, zij het dan nu niet als academicus maar als minister.”
In zijn nieuwe functie heeft hij een tiental ‘werven’ vastgelegd waaraan hij wil werken. “Ik wil niet enkel projecten uitvoeren, ik wil ook een nieuwe wind brengen in de organisatie, door te digitaliseren bijvoorbeeld. En investeren in communicatie, zodat de burger ziet wat er met zijn belastinggeld gebeurt.”
Dat laatste gaat van bermen maaien en zebrapaden schilderen tot bruggen bouwen en baggerwerken uitvoeren … “Ook onderzoek naar water en klimaat blijft een belangrijk deel van mijn opdracht. Ik heb het gevoel dat ik alles wat ik hiertoe gedaan heb, als academicus en als parlementslid, in deze nieuwe rol zal kunnen gebruiken.” (ivh)
Lees meer alumniverhalen op KU Leuven Stories
(beelden: © Ministerie van Openbare Werken, Suriname)
