Klaas Delrue van Yevgueni: “Ik ben nog altijd niet over mijn studentenjaren”

05 okt 2020

Nederlandstalige muziekgroep Yevgueni ontstond precies twintig jaar geleden in Leuven. Frontman Klaas Delrue, pianist Geert Noppe en bassist Maarten Van Mieghem treden dan voor het eerst op als kleinkunsttrio. 750 optredens later blikt KU Leuven-alumnus Klaas Delrue nostalgisch terug op deze onvergetelijke jaren: “Ik ben nog altijd niet over mijn studententijd: die periode was voor mij allesbepalend en zelfs een beetje ontwrichtend.” 

Net zoals zijn beide ouders studeert Klaas Delrue pedagogische wetenschappen. “Toen ik nog in het middelbaar zat, ging mijn interesse vooral uit naar sociale en menswetenschappen. Door de achtergrond van mijn ouders is mijn studiekeuze dan uiteindelijk uitgedraaid op pedagogie”, vertelt Klaas. 

Vanuit de ambitie om later voor een ngo te werken, breit hij daar een Master in Cultural Anthropology and Development Studies (CADES) aan. Bandgenoot Geert Noppe doorloopt exact hetzelfde studieparcours: “Waar pedagogie veelal een zoektocht was, voelde die tweede master voor ons als thuiskomen. Geert en ik hadden dat zesde jaar allebei nodig om zowel academisch als muzikaal rijp te zijn voor de toekomst.” 

CADES was toen een splinternieuwe studierichting met een uiterst internationale profilering. Ontwikkelingshulp en andere maatschappelijke belangen waar ngo’s zich zoal op richten, worden er benaderd vanuit een antropologische invalshoek. “Dat wakkerde mijn motivatie om iets met Noord-Zuid te doen aan, maar tegelijkertijd werd mijn avontuurlijke en ook naïeve visie tijdens dat masterjaar fel bijgesteld.” 

Interfacultair Songfestival

Tijdens zijn laatste bachelorjaar is er nog geen sprake van Yevgueni, maar wordt onbewust wel al de basis gelegd. Klaas schrijft zich samen met Geert en Maarten, de neef van Geert, in voor het Interfacultair Songfestival, een jaarlijkse rockrally tussen Leuvense studentenkringen. “Volgens mij hebben we toen maar één eigen en bovendien Engelstalig nummer gezongen. Dat had dus weinig met Yevgueni te maken, maar we hadden wel de smaak te pakken.” De drie studenten pedagogische wetenschappen worden tweedes en veroveren de publieksprijs.
Twee jaar later wagen ze opnieuw hun kans met de Antropologische Kring en wordt Yevgueni in het leven geroepen. “Toen brachten we voor het eerst Nederlandstalige nummers. Dat waren eenvoudige liedjes over growing pains en studenten blues: een gevoel dat onze eerste drie platen heeft gedomineerd”, vertelt Klaas. Het trio wint de wedstrijd en mag zes maanden later de Studentenwelkom op de Oude Markt openen. “Die zomer hebben we een gigantisch tandje moeten bijsteken”, lacht Klaas. “We moesten zo’n veertig minuten vullen en hadden dus zeker zes of zeven extra songs nodig.”

Later bleken die halsoverkop in elkaar gebokste nummers niet allemaal jeugdzondes te zijn: ‘Robbie’, ‘Sara’, ‘Mama ik wil papa’, ‘Eenzaam met jou’ en ‘Oud en versleten’ halen stuk voor stuk de eerste plaat. ‘Sara’ gaat over een tapster van De Kaffaer, een Leuvens café dat Klaas en zijn medestudenten een avond per week omtoverden tot de fakbar voor pedagogen: “In ons vierde jaar veranderde De Kaffaer plots van eigenaar en dus ook van personeel. Van de ene dag op de andere hebben we Sara daardoor nooit meer gezien”, vertelt hij. “Uiteindelijk hebben we haar wel teruggevonden en uitgenodigd op onze eerste albumvoorstelling. ‘Sara’ is - samen met ‘Als ze lacht’ - het enige nummer dat we bijna op elk optreden spelen.”

Klaas Delrue op het podium voor De wereld van Bobbejaan

Bojkot

“Als student ben ik op alle vlakken met mijn gat in de boter gevallen”, vertelt Klaas. “Niet alleen Yevgueni, maar ook mijn kot voelde meteen aan als een tweede thuis.” Zes studiejaren bracht hij door op eenzelfde kot in de Halfmaartstraat. Dat heette toen ‘bojkot’: niet omdat het een jongenskot was, maar Bojko was simpelweg de Oekraïense achternaam van de kotbaas. “Er hing een bijzondere sfeer: onze kamers waren zodanig klein en de gemeenschappelijke ruimtes zodanig groot, dat iedereen overdag samentroepte in de zetel of aan tafel. De verleiding om daar te blijven hangen was gigantisch groot, waardoor mijn brosgedrag vrij ernstig was”, lacht Klaas. 

Geen vast uur om te gaan slapen of om op te staan: tijdens zijn bachelorjaren proeft Klaas voor het eerst van een onstuimigheid die ook gepaard met het artiestenleven. “Ik moest niet zo hard studeren om te slagen. Dat was plezant, maar het neveneffect daarvan is dat ik een losse levensstijl gewend ben geraakt. De nood om in die sfeer te blijven hangen, was op zich al een drijfveer om muzikant te worden”, vertelt Klaas. “Als artiest beleef ik nog altijd avonden waarop ik me student kan voelen, zeker omdat ik met mijn beste vrienden op het podium sta.” 

“Als artiest beleef ik nog altijd avonden waarop ik me student kan voelen, zeker omdat ik met mijn beste vrienden op het podium sta.”

Robbie

Met zijn kot- en studiegenoten dook hij regelmatig het Leuvense nachtleven in. Geen danscafés of fuiven, maar vooral de charme van een bruine kroeg kon Klaas bekoren. “Om wat budget te sparen voor donderdagavond dronken we vaak gewoon slechte wijn op iemands kot. Er werd dan gebabbeld en gezongen tot een kot in de nacht. En dat liep soms een beetje uit de hand”, vertelt Klaas.

In ‘bojkot’ ontpopt hij zich als singer-songwriter. “Op kotfeestjes haalde ik in de vroege uurtjes, als de meesten al naar huis waren, mijn gitaar boven. Ik speelde dan voornamelijk Gorki-covers”, vertelt hij. “Tot ook Maarten zijn gitaar eens tevoorschijn toverde en een eigen nummer bracht: ik heb toen op drie minuten geleerd wat het verschil is tussen zomaar wat nazingen en iets componeren dat een publiek zowel muzikaal als woordelijk raakt.”

“Die nacht nog ben ik zelf nummers in het Nederlands beginnen schrijven”, vertelt Klaas. “Vanaf dan moesten mijn academische ambities plaatsmaken voor een tweede roeping.” Daar is ook ‘Robbie’ ontstaan, een figuur die nog steeds ronddwaalt in het repertoire van Yevgueni. Robbie belichaamt de twijfels die bij het studentenleven komen kijken: “Een voor studenten heel herkenbaar gevoel, denk ik.” 

In de plooi

Met twee masters op zak belandt Klaas uiteindelijk op de educatieve dienst van Vredeseilanden (nu Rikolto). Zijn eerste job vormt de perfecte combinatie tussen pedagogie en antropologie. “Tot daar ging alles volgens plan”, lacht Klaas. “En dan is mijn muziekcarrière erdoorheen gefietst.”
Tijdens zijn eerste maanden bij Vredeseilanden wordt Yevgueni geselecteerd voor de Nekka-wedstrijd, een muziekcompetitie voor jonge, beloftevolle artiesten die in het Nederlands zingen. “Mijn collega’s hadden op dat moment al in de gaten dat mijn muziek meer werd dan een hobby.” In 2002 wint Yevgueni de Nekka-wedstrijd. Dan gaat het snel: Klaas zet zijn job bij Vredeseilanden op halftijds. “En zelfs dat was niet meer haalbaar toen we aan ons eerste album begonnen.”

Aan zijn studententijd hield Klaas niet alleen Yevgueni, maar ook een grote vriendengroep over: “Als uitloper van vervlogen weekends met de studentenwerking van pedagogische wetenschappen, trekken we er nog altijd twee keer per jaar op uit met al onze gezinnen. Ondanks dat we elkaar daarbuiten nauwelijks zien, blijven we beste vrienden. Op sociaal vlak is dat toch wel het allermooiste gevolg van mijn studententijd.”

Tijdens zijn laatste masterjaar leert Klaas bovendien zijn vrouw kennen, waarmee hij ondertussen gesetteld is in Mechelen en twee dochters heeft. Zonder het goed te beseffen valt zijn leven op dat moment dus bijna volledig in de plooi. “Als ik nu terugkijk, realiseer ik me dat er op zes jaar tijd zoveel cruciale dingen zijn gebeurd in mijn hoofd én in mijn hart. Die jaren hebben mijn leven echt gevormd en in de juiste richting gestuurd.”

Generatie-overstijgende kleinkunst 

Dat Yevgueni een gevoelige snaar raakt bij studenten is volgens Klaas misschien wel de sleutel tot succes geweest. “Zeker gedurende de eerste tien jaar trokken we nieuwe lichtingen studenten aan. En ondertussen groeide ook onze eigen generatie mee.” Dat succes werkt in twee richtingen: vijftigers introduceren de kleinkunstgroep bij hun opgroeiende kinderen, maar ook studenten nemen hun ouders mee naar Yevgueni concerten. “Daardoor zijn we altijd stilletjes blijven groeien”, zegt Klaas. “‘Als ze lacht’ is een hit-achtig nummer, maar niet het soort monsterhit waar je als band qua succes nooit meer overheen komt. Daar zijn we ook het meest trots op: dat onze muziek na twintig jaar nog altijd even goed werkt.”

2020 markeert het twintigjarig bestaan van Yevgueni. Dat zou gevierd worden met een verjaardagsconcert in Het Depot in Leuven, maar corona bedierf de feestvreugde: ondertussen werden de geplande optredens een jaar opgeschoven. “Nog meer dan andere sectoren hebben wij geen concrete vooruitzichten op korte termijn. En die korte termijn begint verbazingwekkend veel op middellange termijn te lijken. Dat doet natuurlijk heel veel pijn”, zegt Klaas. 

“Waarschijnlijk gaan we het geweer van schouder veranderen en deze periode gebruiken om nieuwe nummers te schrijven. En vanaf dat het weer mag, staan we terug op het podium.” Voorlopig blijft het nog bij kleinschalige akoestische optredens, maar hier en daar duikt al een full band show op. “Dankzij sterk lobbywerk komt de cultuursector stilaan terug op gang”, zegt Klaas. “Zo wordt ons jubileumjaar toch nog een beetje gered.”


Ander nieuws