Ex-judoka en alumna Heidi Rakels schenkt met hoofd en hart

Published on December 6, 2024

Als zelfverklaarde nerd zoekt ze oplossingen die écht werken. Als filantroop kiest Heidi Rakels resoluut voor impact: “Geef daar waar het telt.”

Op haar middelbare meisjesschool voelde Rakels zich soms een vreemde eend in de bijt. “Ik was goed in wiskunde, maar als meisje werd je toen sterk richting talen gestuurd.” Ze waagde zich aan het ingangsexamen voor burgerlijk ingenieur en slaagde met vlag en wimpel. Aan KU Leuven vond ze haar plek in de wereld van computers en logica. “Ik voelde me meteen thuis tussen mensen die dezelfde interesses deelden. Ik dacht nooit: ‘Ik ben hier een van de enige meisjes.’”

De meer technische vakken – zoals pompen, compressoren en koelmachines – lagen haar minder. Maar een vak over programmeren in Pascal bracht Rakels op het pad van computerwetenschappen. "Ik had mijn ouders jarenlang gevraagd om een computer, maar zij zagen dat als een bevlieging. Dus toen ik op de universiteit begon, had ik nul ervaring.” Het betekende dat ze extra hard moest studeren, haar punten bewezen dat ze die achterstand snel inhaalde. Haar favoriete vak? “Informatie- en programmeerstructuren van professor Yves Willems. Programmeren doe ik vandaag nog altijd het liefst.”

Naast haar studie bouwde Rakels een indrukwekkende carrière als judoka uit. Meerdere nationale en internationale titels sieren haar palmares, met als kroon op het werk een bronzen medaille op de Olympische Spelen in Barcelona in 1992. Toch heeft ze ook echt student kunnen zijn. “Ik had het geluk dat ik laat met judo begonnen ben, pas op mijn zeventiende. Daardoor kon ik in mijn eerste jaren aan de universiteit voluit genieten van het studentenleven.”

Eén herinnering springt er nog steeds uit: de studentenmarathon. “Wat een atmosfeer!” glundert Rakels, die zelf de halve marathon liep. “De renners werden onthaald met een muur van lawaai.” Later, toen topsport de bovenhand nam, kon ze rekenen op haar studievrienden om notities te delen.

De grootste vijand

Het combineren van studie en topsport was een leerschool in omgaan met druk. "Stress was mijn grootste vijand, zowel als student als sporter. Ik had enorme faalangst en kon soms compleet blokkeren,” vertelt ze openhartig. Haar perfectionisme speelde haar parten.

“Topsporters zijn bijna per definitie perfectionistisch, en ik was daarop geen uitzondering. Ik wilde de leerstof tot in de puntjes kennen, maar voor een examen ben je nooit helemaal klaar.”

Om die mentale belasting het hoofd te bieden, klopte Rakels aan bij sportpsycholoog Yves Vanden Auweele op Sportkot. “Toen praatte je niet zo openlijk over mentale gezondheid als nu. Kijk maar naar Simone Biles, die tijdens de Olympische Spelen haar mentale gezondheid vooropstelde. Dat was in mijn tijd ondenkbaar.” Toch blijft de spanning van een olympische wedstrijd iets unieks waar je je niet volledig kan op voorbereiden. “Die druk kan je niet simuleren. Die ervaar je maar eens in de vier jaar.”

Zelf volgt Rakels de Olympische Spelen nog steeds op de voet. Ze is bijzonder trots op Belgische atleten zoals meerkampster Noor Vidts, schaatser Bart Swings en wielrenner Alec Segaert. “Topsport draait om timing en een beetje geluk,” zegt ze. “Als Noor één lat lager had gesprongen bij het hoogspringen, had ze geen medaille gehad. Ik ben nu tevreden met wat ik heb bereikt, maar als sporter blijft verlies je veel meer bij dan winst.” Rakels’ vijfde plaats op de Spelen van Sydney noemt ze een van haar grootste teleurstellingen. “Ik was daar zó dichtbij een medaille, en dat maakte het juist pijnlijk. Lang bleef het mijn grootste teleurstelling. Maar achteraf heb ik geleerd die prestatie te waarderen: twee keer deelnemen aan de Olympische Spelen en dan ook nog vechten om het podium, dat is bijzonder.”

GuardSquare

Na haar sportcarrière vond Rakels een nieuwe uitdaging in de techwereld. In 2004 ging ze aan de slag als software-ingenieur, maar de overgang was allerminst vanzelfsprekend. “Als topsporter heb je een duidelijk doel: je traint om te winnen. Maar plots zat ik acht uur per dag achter een computer, zonder diezelfde gedreven focus op resultaat. Dat paste niet bij mijn karakter,” aldus Rakels.

Op haar eerste job kruisten haar paden opnieuw met die van Eric Lafortune, een oud-studiegenoot en inmiddels haar echtgenoot. Samen richtten ze in 2014 de Leuvense appbeveiliger GuardSquare op, waar ze vijf jaar lang als CEO leiding gaf. “Eric had een opensourcesoftware waarmee Java-programma’s kleiner, sneller en veiliger werden. Toen Google dat opnam in zijn toolkit voor Android-ontwikkelaars, groeide de vraag naar een commerciële versie.” Ze besloten de sprong te wagen.

De overstap van de judomat naar de bedrijfswereld betekende ook een mentale shift. "In topsport is het alles of niets: je wint een medaille, of je gaat naar huis met lege handen. Maar in een bedrijf hoef je niet altijd de beste te zijn. Een succesvol bedrijf draait om een goed product en om goed werkgeverschap."

Deze nieuwe dynamiek benadrukte voor haar de kracht van samenwerken. "Als ik iets niet goed kan, zoals marketing, kan ik een specialist aanwerven die daarin excelleert. Dat is wat ik zo fantastisch vind aan een bedrijf. Op de judomat sta je er alleen voor, in een bedrijf bouw je op elkaar."

Voor de versterking van hun tech-team keken ze naar KU Leuven. Een logische keuze, als je op zoek bent naar topstudenten, vindt Rakels.

“We selecteerden elk jaar een tiental profielen uit de nieuwste lichting computerwetenschappers. Onze software was complex, en we merkten dat net afgestudeerden daar het snelst in thuis waren.”

Het succes bleef niet uit. GuardSquare groeide uit tot een marktleider in cybersecurity. Rakels werd in 2019 uitgeroepen tot ICT Woman of the Year. Haar advies aan jonge alumni met ondernemersdromen? “Ga eerst bij een startup werken. Daar leer je snel en krijg je veel verantwoordelijkheid. Je groeit mee met het bedrijf.”

Effectief altruïsme

Naast haar zakelijk succes toont Rakels een diep maatschappelijk engagement. Sinds 2007 behoort ze, samen met haar man, tot de schenkers van het KU Leuven-fonds van zuster Jeanne Devos, die ze vol bewondering een ‘echte avonturier’ noemt. “Toen ik haar boek las, was ik diep onder de indruk van het verhaal van Jeanne Devos. Zelfs nadat ze haar rug brak, bleef ze onvermoeibaar vechten voor de rechten van kindslaven en huispersoneel.”

Rakels spreekt gepassioneerd over teruggeven aan haar alma mater en noemt zichzelf een ‘effectief altruïst’. De term, gepopulariseerd door Australisch filosoof Peter Singer, verwijst naar de filantropische beweging die het grootste goed nastreeft en schenkingen aanmoedigt die een meetbaar verschil maken.

Niet alle goede doelen gaan even efficiënt om met hun middelen, weet Rakels. “Soms krijg je na je donatie steeds opnieuw reclame in je brievenbus.” Bij het Zuster Jeanne Devosfonds zag ze voor het eerst dat elke euro benut werd. “Bovendien probeert de organisatie de problemen bij de wortel aan te pakken.”

"Dat is trouwens essentieel voor alle grote kwesties van vandaag, denk aan klimaatverandering bijvoorbeeld. Ook wetenschappelijk onderzoek kan daarom een steuntje in de rug gebruiken. Zonder innovatie komen we nergens."

Vandaag is Heidi naast software engineer, consultant en filantroop ook beeldhouwer. In 2024 deed ze samen met Eric mee aan de Kunstroute in Leuven, waar ze voor het eerst hun werk verkochten voor het goede doel. “Met de opbrengst kunnen we de kosten van zo’n weeshuis voor één jaar betalen. Dat is een win-winsituatie voor ons, voor het fonds en voor de koper van het beeld. Want geld geven maakt gelukkig.”

Wat we kunnen leren uit het verhaal van Heidi Rakels? Durf falen, streef naar wat je graag doet en geef terug aan de wereld. Want geluk zit niet alleen in wat je bereikt, maar vooral in wat je kan betekenen voor anderen. ● (lvr)