Transplanteren tart de wetten van de natuur

Published on October 9, 2024

Met een donororgaan krijgen patiënten letterlijk een nieuw leven. Voor artsen betekent transplanteren altijd een beetje grenzen verleggen.

In juni 2020 – enkele maanden na het uitbreken van de covidpandemie – kreeg professor Laurens Ceulemans, long- en transplantatiechirurg in UZ Leuven, een telefoontje: er was een donor beschikbaar, een patiënte die was overleden aan een hersenbloeding. Het enige probleem: twee maanden voordien had ze covid doorgemaakt. In overleg met het team nam Ceulemans een besluit: “Vroeg of laat zouden we allemáál covid krijgen, dat stond vast. Als we niet konden aantonen dat je de longen van iemand die ooit covid heeft gehad veilig kan transplanteren, tja, dan was het einde verhaal voor longtransplantaties.”

En dat terwijl de wachtlijsten op dat moment langer waren dan ooit: “Er gebeurden sinds het uitbreken van de coronacrisis geen transplantaties meer omdat de bedden op intensieve zorg voorbehouden bleven voor covidpatiënten. En we wisten ook dat de wachtlijsten nog langer zouden worden: een groep patiënten zou net vanwege covid een longtransplantatie moeten krijgen. Er moest dus snel uitsluitsel komen.”

Ceulemans onderzocht het longweefsel van de donor, samen met het Max Planckinstituut in Frankfurt: “We troffen virusresten aan, maar die waren niet meer actief. Daarop hebben we de longen getransplanteerd en alles is goed gegaan. Het was een wereldprimeur; als het wetenschappelijk onderbouwd is, verleg ik graag grenzen (lacht).”

Lees meer op stories.kuleuven.be »