Kinderrechtencommissaris Caroline Vrijens geeft jongeren een stem

11 jan 2021

Jong zijn een pretje? Dan toch niet in 2020. Kinderrechtencommissaris Caroline Vrijens zag vanaf de eerste rij hoe corona kinderen en jongeren parten speelde. De jeugd van tegenwoordig vindt in de voormalige rechtenstudente een trouwe en strijdvaardige bondgenote. “Je kan kinderen moeilijk zeggen: we zijn de armoede volop aan het wegwerken hoor, nog een paar jaar geduld. Neen. Het is onze verantwoordelijkheid om voor oplossingen te zorgen, hier en nu.”

Bouwen aan een betere samenleving: het is Caroline Vrijens ten voeten uit. Al vanaf de middelbare schoolbanken is het duidelijk dat haar leven in het teken van anderen zal staan. Kinderen en jongeren, meer bepaald. Na haar rechtenstudie, deels in Namen, deels in Leuven, zet ze haar schouders tien jaar lang onder de integrale jeugdhulp. Daarna volgt een passage bij SOS Kinderdorpen, waar ze zich ontfermt over de meest kwetsbare jongeren. Sinds 1 augustus 2019 mag Caroline Vrijens zich Kinderrechtencommissaris noemen. Na de hectiek van 2020 kijkt ze samen met ons rustig in de achteruitkijkspiegel. 

 

Engagement en zorg lopen als een rode draad door uw carrière. Vanwaar komt die drive?

“Laat ons zeggen dat ik een sterk ontwikkeld rechtvaardigheidsgevoel heb. Ik ben de oudste van drie kinderen en heb me altijd verantwoordelijk gevoeld. Ik wou ook een zinvolle bijdrage leveren aan de samenleving. In het middelbaar twijfelde ik of ik rechten of psychologie zou gaan studeren. Tot ik de brochure over rechten uitploos: daarin stond dat je naast advocaat of bedrijfsjurist ook voor beleidswerk kon kiezen. Dat leek me wel wat. Niet meteen een keuze waar mijn leeftijdsgenoten massaal voor gingen trouwens (lacht).”

“Waarom beleidswerk me zo aansprak? Omdat je bouwt aan een betere samenleving. Een waardevolle job, toch? Ik wou ook graag voor kinderen en jongeren werken. Dat leunt ook aan bij twee van mijn interesses: welzijn en psychologie.”

 

U trok naar Namen voor uw kandidatuursjaren. Een keuze voor het avontuur?

“Namen is een klein stadje: een avontuur kan je dat bezwaarlijk noemen! (lacht) Maar als achttienjarige wou ik inderdaad wel losbreken, dingen doen die niemand anders deed. Dat mijn moeder me in het Frans heeft opgevoed, heeft ook meegespeeld. Ik heb altijd in Vlaanderen gewoond, maar mijn eerste woorden sprak ik in het Frans.”

destijds kreeg je in de kandidatuursjaren vooral algemene vakken voorgeschoteld: politieke geschiedenis, psychologie, sociologie, … Ik voelde me er als een vis in het water.”

 

Voor uw licenties ging het richting Leuven. Hoe kijkt u terug op die periode?

“Het was een mooie tijd. Leuven is een geweldige stad, al verliep de aanpassing wat stroef. Vergeet niet dat Namen veel kleiner is: iedereen kent er iedereen, bij manier van spreken. Leuven was ietsje anoniemer en veel groter.”

“In de eerste licentie moest ik op de tanden bijten: het was een grote brok leerstof en je kreeg er typische rechtenvakken zoals verbintenissenrecht, zakenrecht, familie- en administratief recht. Dat was even slikken. Die vakken waren niet echt mijn ding. Ik had net voor rechten gekozen omwille van de algemene vakken, en ik wou vooral breed blijven kijken.”

“Maar ik heb er mijn schouders onder gezet en ben trots dat ik het gehaald heb. Of er proffen zijn die me zijn bijgebleven? Zeker! Professor arbeidsrecht Roger Blanpain, bijvoorbeeld. Zijn lessen waren ongemeen boeiend. Ook aan professor Raf Verstraeten van strafrecht bewaar ik mooie herinneringen, net als aan professor Senaeve van familierecht.”

© Koen Broos

Eens uw rechtendiploma op zak, ging u eerst aan de slag bij het Rode Kruis en daarna bij het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen. Een aantal jaren later kwam u terecht in het Departement Welzijn van de Vlaamse overheid, vervolgens bij het agentschap Jongerenwelzijn en bij SOS Kinderdorpen. Welke ervaringen heeft u daarvan meegenomen?

“Het was ontzettend verrijkend. Tien jaar lang heb ik de integrale jeugdhulp mee helpen uitbouwen. Heel concreet: ervoor zorgen dat de verschillende vormen van ondersteuning waarop jongeren kunnen rekenen, beter op elkaar afgestemd zijn.”

“Geweldig was dat, maar ik begon de voeling met de praktijk een beetje te verliezen. Omdat ik het terrein weer op wou, ben ik in 2016 drie jaar voor SOS Kinderdorpen gaan werken. Daar heb ik ongelooflijk veel opgestoken uit gesprekken met jongeren. Ik heb een project mogen trekken rond gezinshuizen. Kort gezegd: een soort van professionele pleegzorg, waarbij kinderen die niet thuis kunnen blijven wonen opgevangen worden in een zo familiaal mogelijke omgeving. Het proefproject loopt vandaag nog altijd, daar ben ik trots op.”

“Ik ben met SOS Kinderdorpen ook naar Senegal geweest, een beklijvende ervaring. De problemen van de kinderen en jongeren daar zijn van een heel andere orde dan hier. Kinderen die op straat leven, zonder schoenen en in lompen, die niet naar school gaan en eigenlijk heel erg op zichzelf aangewezen zijn. Een zeer gebrekkige gezondheidszorg voor een groot deel van de bevolking en een gebrek aan menswaardige woningen. Dat zijn dingen die je meeneemt voor het leven.”

 

In 2019 werd u kinderrechtencommissaris. Wist u meteen “dit wil ik doen” toen u de vacature zag?

“Ik vond ze netjes in het verlengde liggen van de dingen die ik tot dan toe gedaan had. Als kinderrechtencommissaris ben je actief op veel domeinen: gezondheidszorg, vrije tijd, onderwijs, media … Jongeren een stem geven in het beleid, dat sprak me ook erg aan. En kijk: hier zit ik!”

“Het is wel een heel publieke functie, daar was ik me vooraf niet ten volle van bewust. Je wordt voortdurend bevraagd, ook door de media. Dat was wennen: tot nu toe heb ik altijd in de luwte gewerkt.”

 

Het is een heel publieke functie, daar was ik me vooraf niet ten volle van bewust. Dat was wennen: tot nu toe heb ik altijd in de luwte gewerkt.

 

Wat doet een kinderrechtencommissaris eigenlijk?

“De wollige versie luidt dat ik moet toezien op de naleving van het kinderrechtenverdrag in Vlaanderen. Concreet betekent dat twee dingen. Om te beginnen behandelen we klachten van kinderen en jongeren, maar ook van ouders, grootouders en bijvoorbeeld leerkrachten. Elk jaar krijgen we er ongeveer 1200 binnen. Voor elk probleem proberen we een oplossing te zoeken: op school, thuis of in de voorziening – een asielcentrum of internaat bijvoorbeeld.”

“Twee: al die klachten brengen structurele problemen aan het licht. Die kaarten we aan bij de ministers en het parlement. Eigenlijk maak ik een vertaalslag naar het beleid, samen met mijn adviseurs.”

 

Jongeren een stem geven, daar is het u om te doen. Waarom is dat zo belangrijk?

“Wij moeten naar hen luisteren. Waar botsen zij op? Waar hebben zij het lastig mee? Daar kunnen we veel uit leren. Wat er vaak naar boven komt? Dat ze zorgeloos jong willen kunnen zijn. Voor een groot deel van de kinderen is dat gelukkig ook het geval: ze hebben een warm nest en komen materieel niets te kort.”

“Maar een behoorlijk grote groep heeft dat geluk niet. In Vlaanderen groeit 1 op de 7 kinderen op in armoede. Deze kinderen moeten veel missen, en vaak komen hun rechten onder druk te staan door de financiële problemen van hun ouders.”

“Jongeren die in een jeugdhulpvoorziening verblijven, hebben ook nood aan steun van volwassenen die er onvoorwaardelijk voor hen zijn. Ze willen ook gewoon jong kunnen zijn en fouten mogen maken. Onze jeugdhulpvoorzieningen en de begeleiders die er werken, leveren goed werk hoor, laat dat duidelijk zijn. Ik heb er veel respect voor. Maar voor de jongeren die er opgroeien is het niet evident. Vaak zie je dat jongeren in de problemen komen zodra ze 18 worden en op eigen benen moeten staan.”

Caroline Vrijens tijdens de eedaflegging als Kinderrechtencommissaris bij toenmalig Vlaams parlementsvoorzitter Jan Peumans.

Armoede in een welvarende regio als Vlaanderen: sommige mensen kunnen het zich amper voorstellen.

“Het bestaat wel degelijk. Sterker nog: het aantal kinderen en jongeren dat in armoede leeft, zit in stijgende lijn. We doen iets niet goed, dat staat vast.”

“Voor alle duidelijkheid: we krijgen geen telefoontjes om financiële hulp. Maar veel vragen die bij ons belanden, komen wel voort uit financiële problemen. Een veilig en comfortabel dak boven je hoofd is cruciaal: anders verdwijnen zaken als leren en vrije tijd naar de achtergrond.”

“Armoede is een probleem dat je op verschillende fronten moet bestrijden. België is een complex land, de verschillende niveaus moeten samenwerken. Ik denk bijvoorbeeld aan het optrekken van de minimumuitkeringen, een federale bevoegdheid. Op Vlaams niveau moeten we voldoende sociale woningen voorzien. Lokaal hebben we nood aan degelijke kinderopvang, die ook de meest kwetsbare mensen bereikt. Nogmaals: armoede is heel complex, daarom is het zo belangrijk om heel concrete doelstellingen voor ogen te houden.”

“De armoedebestrijding is geëvolueerd. Het is niet de bedoeling om aan liefdadigheid te doen, redeneert de overheid. Daar ben ik het mee eens. Maar met een lege boterhamdoos naar school moeten vertrekken, of je geen maandverband kunnen permitteren: dat is onmenselijk. Dat zijn basisbehoeften. Daarom roep ik op tot actie. Je kan kinderen moeilijk zeggen: we zijn de armoede volop aan het wegwerken hoor, nog een paar jaar geduld. Neen. Het is onze verantwoordelijkheid om ook voor oplossingen te zorgen, hier en nu.”

 

We moeten het ook nog over corona hebben. In een crisis als deze was een kinderrechtencommissaris meer dan ooit nodig …

“Ik vind het heel fijn dat u dat zegt! (lacht uitbundig) Maar het klopt inderdaad. In mei hebben we 44.000 kinderen bevraagd over corona. Bij hen kwam het virus nog harder aan. We hebben er zelfs de boodschap van ons jaarverslag aan vastgeklonken: laat kinderen nooit meer in lockdown gaan.”

“Corona heeft ons veel duidelijk gemaakt. Heel wat jongeren uit het basis en secundair hebben geen laptop of internet en kunnen dus niet mee. Het erge is: dat was ook al het geval vóór corona. Alleen komen we er nu pas achter dat de toestand zo dramatisch is. Ook frappant: Antwerpse basisscholen zegden dat ze 30% van hun kinderen kwijt waren in de eerste lockdown. Eén op drie!”

“Na de bevraging zijn een aantal jongeren uitgenodigd in het Vlaams Parlement om er te gaan spreken. Eén van hen formuleerde het heel eenvoudig: hij pleitte ervoor een laptop aan te bieden aan iedereen die zich dat niet kan veroorloven. Anders dreig je schoolachterstand op te lopen. Hij vond dat een betere investering dan elk jaar opnieuw dure boeken aan te kopen.”

 

We hebben de impact van de coronacrisis op jongeren te lang onderschat. Zij zijn in volle evolutie, letterlijk: hun brein is zich nog volop aan het ontwikkelen.

 

Jongeren worden wel eens de grootste slachtoffers genoemd van de coronacrisis. Ze lopen het minste risico, maar moeten wel de grootste opofferingen doen. Bent u het daarmee eens?

(aarzelt) Ik vind het moeilijk om verschillende leeftijdsgroepen tegen elkaar af te wegen. Ook ouderen hebben het zwaar te verduren gekregen. Feit is dat we de impact op jongeren te lang onderschat hebben. Zij zijn in volle evolutie, letterlijk: hun brein is zich nog volop aan het ontwikkelen.”

“Eenzaamheid, stress en angst staken de kop op. Het was voor kinderen echt niet evident. Een op de vijf kinderen jonger dan twaalf had niemand om mee te spelen: sorry, maar dat is niet gezond. Jongeren konden weinig leuke dingen doen en er is ook nu nog weinig zicht op beterschap. Mijn boodschap aan de virologen, de artsen en het overlegcomité: houd rekening met de jongeren. Zorg ervoor dat ze perspectief krijgen en elkaar snel weer kunnen ontmoeten, want het begint enorm te wegen.”

“Het belang van de school staat als een paal boven water. Het is meer dan een plek waar je dingen leert. Je vindt er ook steun als je het kwaad hebt, bij leeftijdsgenoten, bij vriendjes, bij de juf ... Heel wat kinderen hebben leerachterstand opgelopen. Daarom vragen we scholen ook om hun leerlingen omzichtig te evalueren. We moeten opletten met ons oordeel.”

 

U maakt er een punt van om naar jongeren te luisteren, maar wordt er ook naar u geluisterd? 

(lacht) Moeilijk om dat van jezelf te zeggen, maar ik vind wel dat de coronabevraging veel in gang gezet heeft. Er was veel media-aandacht voor. We hebben ook reacties van ouders en academici gekregen. Die laatsten dankten ons voor de massa gegevens die we verzameld hebben. We zijn geen wetenschappelijk instituut, maar we zijn er wel in geslaagd om veel data te vergaren over het schoolwerk, over de gezinssituatie.”

“Ook vanuit politieke hoek krijgen we weerklank. Op 13 maart heb ik er bij het departement onderwijs voor gepleit om de scholen open te houden voor kinderen en jongeren in een precaire thuissituatie. Diezelfde avond nog stond het in de richtlijnen. Soms hebben we snel impact, soms gaat het trager. Er is zeker nog meer aandacht nodig voor het perspectief van kinderen en jongeren.”

 

2020 is voor iedereen een vreemd en uitdagend jaar geweest. Ik kan me voorstellen dat dat zeker ook voor het geval was voor u in uw huidige functie. Hoe heeft u dit jaar ervaren?

“Ik was amper een half jaar aan de slag en kwam in een heuse rollercoaster terecht. Gelukkig stond er een sterke ploeg achter mij. Maar alle plannen die we pre corona gemaakt hadden, werden on hold gezet. Alles stond op zijn kop: de scholen, de jeugdzorg, de vrije tijd ...”

“Ook privé was het niet evident. Ik heb een dochter van 10, een zoon van 14 en nog een dochter van 16. Ook zij hebben geworsteld met het thuiszitten en het digitaal onderwijs. Mijn dochter van 10 had gelukkig af en toe eens een Zoom-sessie met haar juf en vriendjes van haar klas: dat was hét lichtpuntje van de dag. Het ging niet altijd over lesinhoud, maar ook over koetjes en kalfjes. Dat deed haar heel veel deugd. Ik heb toen gezien hoe waardevol het is dat de leerkracht contact zoekt en toont dat ze begaan is met de kinderen. Uit de verhalen die we te horen kregen, bleek dat veel leerkrachten dat probeerden te doen.”

 

In uw functie krijgt u soms heftige verhalen te horen. Wat raakt u het meest?

“Kinderen die geen warm nest hebben, dat vind ik geweldig onrechtvaardig. Ik kan en wil me er niet bij neerleggen.”

“Maar ik zie zeker ook redenen tot optimisme. Kijk bijvoorbeeld naar social media. Ja, er is fake news en ja, er is cyberpesten, maar sociale media hebben ook positieve kanten. Ze geven jongeren een stem en empoweren hen. Jongeren vinden er elkaar en helpen elkaar er weer bovenop door dingen bespreekbaar te maken. Mooi, toch?”


Ander nieuws