Alumnus en Shazam-oprichter Philip Inghelbrecht: "Je moet geluk hebben, maar vooral: roekeloos zijn"

12 feb 2020

Als klein jongetje verdiende hij zijn eerste centen door kerstbomen te verkopen in de winkel van zijn ouders. Als ambitieuze twintiger stampte hij met enkele kompanen muziekherkenningsapp Shazam uit de grond. En vandaag, als ervaren veertiger, leidt alumnus Philip Inghelbrecht in Silicon Valley een techbedrijf dat meer dan zeventig mensen in dienst heeft. “Ik heb het gevoel dat ik niets meer te bewijzen heb.”
 

Als we Philip Inghelbrecht (47) spreken, op een maandag, zien we door de ramen van zijn kantoor hoe een stralende ochtendzon de straten van San Francisco wakker maakt voor een nieuwe week. Tenminste: dat zien we op ons computerscherm, want we interviewen hem via een videoverbinding. Niet ideaal, maar in dit geval best toepasselijk: Inghelbrecht maakte carrière met een reeks technologische start-ups.

De bekendste: Shazam. Wereldwijd gebruiken 100 miljoen mensen die app als ze een aanstekelijk liedje horen en willen weten wie het zingt of hoe het heet. Je opent de app, steekt je smartphone in de lucht, en een tel later geeft Shazam je titel en uitvoerder. Heel handig, vindt ook de muziekindustrie: Shazam weet sneller dan radiozenders of verkoopcijfers te vertellen welk nummer hitpotentieel heeft. Niet verwonderlijk dus dat Apple het bedrijf in 2018 overnam.
 

Getemd feestbeest

De fundamenten van dat succes werden mee gelegd door een Belg. Het verhaal van Philip Inghelbrecht, dat hem uiteindelijk naar de Amerikaanse West Coast zou voeren, begint in West-Vlaanderen. “Mijn ouders hadden een eigen buurtwinkel in Zedelgem, en van toen ik zes, zeven jaar was, stak ik daar een handje toe. Ze betaalden me daar ook voor. Heel slim, want zo legde ik meteen de verbinding tussen werken en geld (lacht). Mijn eerste echte job was kerstbomen verkopen. Ik kreeg van mijn papa tien Belgische frank voor elke verkochte boom, maar verdiende meer met de fooi: de mensen vonden het grappig dat zo’n klein ventje kerstbomen verkocht.”

Op school blonk Inghelbrecht uit in wetenschappen en wiskunde. Hij zag zichzelf al op de beursvloer staan en trok naar Leuven om handelsingenieur te studeren. Al was niet iedereen ervan overtuigd dat hij dat tot een goed einde zou brengen. “Ik had de reputatie een feestbeest te zijn en velen dachten dat ik het moeilijk zou krijgen in Leuven. Daar was ik ook zelf bang voor, dus heb ik de knop in mijn eerste jaar volledig omgedraaid: ik ging nauwelijks op stap en studeerde me knettergek. Ik slaagde en had zelfs bijna onderscheiding. Toen heb ik beseft: oké, het kan ook wel een tandje minder. Vanaf dan heb ik het wat losser aangepakt.”

“In de latere jaren begon ik de lessen ook steeds interessanter te vinden. Ik heb goede herinneringen aan Piet Sercu, een sympathieke professor die ons heel goed deed aanvoelen hoe de financiële wereld echt in elkaar zit. We hadden les van hem op vrijdagochtend om acht uur. Vrijdagochtend! Acht uur! En ik wás er! Dat zegt genoeg (lacht). Hij stapte binnen en zei: ‘De koers tussen de dollar en de Belgische frank heeft vandaag dit gedaan, wat betekent dat nu voor de banken en bedrijven?’ Ik dacht: Wauw, nu zie ik hoe het allemaal werkt.”

"Ik weet nog dat ik op de heuvels in Berkeley zat, met een perfect uitzicht op de Golden Gate Bridge en de Stille Oceaan, en dat ik mezelf toen beloofd heb: hier kom ik ooit wonen en werken."

Nog wat wereldwijzer werd Inghelbrecht toen hij in zijn laatste jaar op Erasmus trok naar Duitsland. Daar leerde hij enkele Amerikanen kennen: de eerste van een reeks happy coincidences die zijn levensloop mee zouden bepalen. “Na mijn afstuderen wou ik nog niet meteen gaan werken en ben ik naar Amerika vertrokken om mijn vrienden te zien en rond te reizen. Ik kwam ook langs San Francisco en dat vond ik meteen een toffe stad. Ik weet nog dat ik op de heuvels in Berkeley zat, met een perfect uitzicht op de Golden Gate Bridge en de Stille Oceaan, en dat ik mezelf toen beloofd heb: hier kom ik ooit wonen en werken. Het klinkt romantisch, maar het is echt waar (lacht).”
 

Picasso achter de pc

Maar eerst moest Inghelbrecht nog leergeld betalen: hij werkte enkele jaren als investeringsbankier in Brussel en Luxemburg. “Ik had de materie technisch perfect in de vingers, maar naast me op de trade floor zag ik mannen die de psychologie van de markt veel beter aanvoelden en het drie keer beter deden dan ik.” Tijd voor een ommezwaai, en die kon twee kanten op: een wereldreis om te herbronnen of een bijkomende studie in het buitenland. “Toen ik aanvaard werd om een MBA in Berkeley te volgen, redeneerde ik: twee jaar in dat prachtige San Francisco weegt wel op tegen een wereldreis. Ik dacht toen nog lang niet aan Silicon Valley, sterker nog: ik wist helemaal niet dat dat in de buurt lag (lacht).”

In Berkeley hielp het toeval weer een handje. “Omdat ik al ‘Bank- en financiewezen’ had gehad in Leuven, mocht ik meteen advanced finance volgen, samen met de tweedejaars. Er zat nog één andere eerstejaars in de les: Chris Barton. Toen er duo’s gevormd moesten worden voor een project, kwamen we automatisch bij elkaar terecht. Chris is een nachtmens – dat wist ik toen nog niet – en hij maakte in de les niet zo’n frisse indruk. Ik dacht: ‘Oei, en daar zit ik nu mee opgezadeld (lacht)’. Maar hij bleek erg slim en strategisch onderlegd te zijn. We werden vrienden en gingen algauw broeden op een plan om zelf een bedrijfje op te starten.”

Wie is Philip Inghelbrecht?

1972°, Brugge

Gestudeerd

  • 1990-1994: handelsingenieur, KU Leuven
  • 1998-2000: MBA, Walter A. Haas School of Business (University of California – Berkeley)

Loopbaan

  • 1995-1998: investeringsbankier bij Bank Dawaay in Brussel en vervolgens bij Fortis in Luxemburg
  • 2000-2004: medeoprichter van muziekherkenningsdienst Shazam
  • 2005-2008: gaat aan de slag bij Google en wordt – na de overname door Google – Head of Sports en Entertainment Partnerships bij YouTube
  • 2008-2010: president van TrueCar, een website met informatie voor kopers en dealers van auto’s
  • 2011-2016: verschillende functies bij een aantal andere start-ups
  • Sinds 2016: medeoprichter en CEO van Tatari, dat bedrijven adviseert bij de strategie voor hun tv-advertenties

Privé

  • Woont in San Francisco
  • Heeft twee dochters, Sahar (8) en Lyra (10)

De keuze viel op een idee van Chris: een muziekherkenningsdienst. “Dat klonk als iets wat we zelf zouden gebruiken: altijd een goed teken. Er bestonden al wel systemen voor muziekherkenning, maar die waren traag en werkten alleen als het aantal mogelijke nummers niet te groot was. We wisten dat we robuuste software nodig hadden die in milliseconden een liedje kan identificeren in een database met miljoenen nummers én die omgevingsgeluid kan filteren.”

“De eerste maanden waren we dus niet bezig met ons businessplan maar met de zoektocht naar de persoon die het juiste algoritme kon ontwikkelen. En weer had ik dom geluk: hier vlakbij, in Palo Alto, stootten we op the man for the job: Avery Wang. We gaven hem drie maanden om het algoritme te ontwikkelen. Dat is wáánzin, alsof je bij Picasso een schilderij bestelt tegen morgen, maar hij kreeg het voor elkaar.”
 

CD’s rippen

De eerste versie van Shazam klinkt nu behoorlijk primitief: je moest het nummer 2580 bellen en je telefoon tegen de radio houden, waarna je een sms kreeg met de titel van de song en de naam van de artiest. Ook de manier waarop de database met nummers ontstond doet hedendaagse wenkbrauwen fronsen. “Digitale muziek vinden we nu heel normaal, maar die technologie stond toen nog in haar kinderschoenen. We waren ondertussen naar Londen verhuisd omdat Europa veel verder stond in mobiele telefonie dan de VS en omdat Engeland een grote muziekmarkt heeft. Daar hebben we een deal gesloten met een groothandelaar in cd’s: een halfjaar lang zaten een twintigtal medewerkers van ons in een magazijn cd’s te rippen (lacht). Je kunt het je nu niet meer voorstellen, maar ik vind het één van de slimste zetten uit mijn carrière. Zo’n database was toen uniek.”

Toch duurde het tot de introductie van de iPhone voor Shazam echt van de grond kwam. Inghelbrecht zou het van op afstand meemaken. “Ik had het al snel gezien in Londen en keerde terug naar San Francisco, waar mijn vrienden woonden. Van daaruit bleef ik wel nog enkele jaren bij Shazam betrokken, maar niet meer operationeel.” Deze keer was er geen toeval nodig om zijn nieuwe bestemming te bepalen: online video was in opkomst en Inghelbrecht had in de smiezen dat het heel groot ging worden. “Via via had ik gehoord dat Google aan een videoplatform aan het werken was, en ik kon er aan de slag.”

“Ik zat er nog maar drie maanden toen een recruiter me opbelde en vertelde over een bedrijfje dat YouTube heette en dat al veel verder stond. Ik wou loyaal zijn en niet meteen weer vertrekken, maar had – opnieuw – geluk: Google nam YouTube over. Ik ben meteen de kantoren van YouTube binnengestapt en daar stonden de oprichters, Chad en Steve, toevallig net aan de front desk. Ik deed op een halve minuut mijn verhaal en ze zeiden: ‘Tof, iemand als jou kunnen we gebruiken.’ Ik werkte er aan Shazam-achtige technologie waarmee YouTube opgeladen video’s kon herkennen, en op basis daarvan de auteursrechten regelen met de Disneys van deze wereld. Omdat we konden aantonen dat we daarmee bezig waren, lieten bijna al die grote studio’s hun rechtszaken over copyrightschendingen vallen.”
 

Ideale chaos

Inghelbrecht noemt het ‘de beste job die je toen kon hebben bij Google’. Toch voelde hij weer de drang om zijn schouders te zetten onder een beginnend bedrijf. Hij sloot zich aan bij twee ondernemers die werkten aan een website voor kopers en dealers van auto’s: TrueCar. “Als je hier in de VS een nieuwe auto koopt, onderhandel je over de prijs. Als wij allebei een BMW 550 XI kopen, zou het kunnen dat jij 2.000 dollar minder betaalt omdat je beter onderhandelt. Wat we met TrueCar onder meer wilden doen, was gegevens verzamelen over wat mensen betaald hadden voor een auto, en die publiceren. Zo ben je beter gewapend als je bij de autodealer komt.”

“Maar TrueCar was niet mijn eigen kindje, en auto’s zeggen me op zich ook weinig. Terwijl ik die inhoudelijke klik bij Shazam wel had: ik ben dol op muziek en ga elke maand wel naar een concert of festival.”

Dus ging Inghelbrecht weer op zoek naar een nieuwe uitdaging. Het zou nog enkele jaren duren – met onder meer een nieuwe start-up die niet van de grond kwam – voor hij zijn échte eureka-idee kreeg: in 2016 richtte hij Tatari op, dat bedrijven adviseert bij de strategie voor hun tv-advertenties. “Vandaag zijn de meeste televisies hier in Amerika smart-tv’s: ze zijn dus online. Dat betekent ook dat je adverteerders veel meer gegevens kunt bezorgen over het kijkgedrag, en dat ze hun strategie daarop kunnen afstemmen. Wij geven hen die informatie. Als ze 1 miljoen dollar willen spenderen aan een televisiecampagne, en wij vertellen hen dat die in het weekend tien procent beter zal werken dan op een weekdag, dan kunnen ze honderdduizend dollar besparen.”

“De televisiewereld is in volle beweging, denk aan de opkomst van de streamingdiensten. Die periode van chaos is altijd het beste moment om een bedrijf op te starten, want de industrie heeft je dan nodig. Bovendien heeft televisie in Silicon Valley een oubollig imago, dus spring je er meteen uit als je er toch mee aan de slag gaat (lacht).”
 

Magisch Nederlands

Dat blijkt: Tatari is een bedrijf in volle groei, met ondertussen meer dan zeventig werknemers. Belgen zitten daar vooralsnog niet bij. Heeft de CEO tips voor Leuvense studenten die dromen van een carrière in Silicon Valley? “Roekeloos zijn. Zeker als je nog jong bent, moet je risico’s durven nemen. Mislukt je plan, dan heb je nog tijd genoeg om daarvan te herstellen en iets anders te verzinnen. Een stevige basis is wel belangrijk: de wiskunde en wetenschappen uit mijn opleiding komen me nog elke dag van pas. Een bedrijf beheren kan je later altijd nog leren, maar die fundamentals moet je op jonge leeftijd meekrijgen.”

Zijn eigen dochters, Sahar en Lyra, zijn nu acht en tien. “Ze gaan naar een Chinese school – pas een jaar of twee geleden hebben ze beseft dat andere kindjes gewoon in het Engels les volgen (lacht). Ik wil hen daarmee niet een bepaalde kant op duwen, maar vind het wel belangrijk dat ze iets ongewoons doen. Ik spreek zelf Nederlands met hen: ze begrijpen het, maar antwoorden in het Engels. Met Thanksgiving hebben ze geen les en gaan we altijd naar België. Enkele vrienden van me staan in het onderwijs en zijn zo vriendelijk om mijn dochters dan een weekje mee les te laten volgen, in het Nederlands dus. Dat vinden ze magisch.”

"Zeker als je nog jong bent, moet je risico’s durven nemen. Mislukt je plan, dan heb je nog tijd genoeg om daarvan te herstellen en iets anders te verzinnen."

Inghelbrecht glundert als hij het vertelt. In de toekomst wil hij meer tijd maken voor dat soort gezinsgeluk. “Na Tatari heb ik niet het gevoel dat ik nog iets te bewijzen heb. Het leven is ook zo kort. Ik zou graag meer tijd doorbrengen met mijn dochters, meer van de wereld zien ook, en misschien nog iets in de non-profit opstarten. Of ik al een concreet idee heb? Wel, vaak kwamen de beste mensen die ik in dienst nam uit het Amerikaanse leger. Het stereotiepe beeld van militairen is dat ze niet veel weten, maar ze zijn enorm goed opgeleid en plichtbewust. Ik zou ex-militairen graag een crash course over Silicon Valley geven en aan de andere kant de grote bedrijven duidelijk maken hoe sterk die mensen zijn. Het klinkt misschien arrogant, maar ik weet dat ik dat goed zou doen.”

We geloven het graag. Ligt zijn toekomst hoe dan ook in de VS? “Ik heb geen Amerikaans paspoort en voel me zeker nog Belg, maar dat betekent niet dat ik overweeg om terug te keren. Alleen al de levenskwaliteit hier: ik ben dol op skiën en kiteboarden, dat zou ik niet makkelijk kunnen opgeven.”

Tot slot nog even terug naar Shazam: gebruikt hij de app eigenlijk zelf nog vaak? “Zeker, al ben ik wel een abnormale gebruiker: in de helft van de gevallen doe ik het om te testen of het niet mislukt (lacht). Het leukst is een ‘Shazam whack’: dat betekent dat je de eerste bent die een bepaald nummer shazamt – je kan dat zien in de app. Niet eenvoudig hoor, het moet al een héél obscuur liedje zijn.” Challenge accepted!
 

Interview: Reiner Van Hove


Ander nieuws